terug naar de beginpagina

   

Wereldvrouwenmars Nederland

   
 
Europese eisen deel VI         index europese eisen
- IV- OM HET GEWELD TEGEN VROUWEN IN AL ZIJN VORMEN UIT TE ROEIEN

Het geweld tegen vrouwen en meisjes moet overal erkend worden als een schending van de fundamentele rechten van de mens. Het kan door geen enkele godsdienst, gewoonte, cultureel gebruik of politieke macht gerechtvaardigd worden. Het zit verankerd in de sociale sekseverhoudingen en is geen 'privé-zaak' van hen die er het slachtoffer van zijn. Het maakt deel uit van een waar sociaal fenomeen dat wortelt in gemeenschappen die tolerant zijn ten opzichte van geweld. Geweld heeft psychologische, morele, fysieke en financiële gevolgen, waarmee de Staten rekening moeten houden. Het vernietigt de waardigheid en integriteit van vrouwen en meisjes. Het wordt gebruikt bij gewapende conflicten om vrouwen te vernederen en te vernietigen, om het territorium af te bakenen, om de tegenstander te ontmoedigen en om een beleid van 'etnische zuivering' door te voeren. Dit is ONTOELAATBAAR.

Door onze eisen kenbaar te maken streven wij ernaar om de verschillende wetgevingen in de Europese landen te harmoniseren zodat ze in hun strijd tegen het geweld eenzelfde efficiënt niveau bereiken. Zelfs al hebben de meeste Europese landen sinds een tweetal decennia een steeds beter gestoffeerde wetgeving, toch willen wij benadrukken dat het niet volstaat om wetten te stemmen, hoe goed die ook mogen zijn, maar dat ook over hun effectieve toepassing moet worden gewaakt.
Wij eisen dat er in elk land onafhankelijke instellingen opgericht worden voor verenigingen ter verdediging van vrouwenrechten en slachtoffers, zodat er een controle is op de toepassing van de wetten.

VOOR EEN EUROPA DAT ACTIE VOERT TEGEN GEWELD- PLEGINGEN OP VROUWEN EN MEISJES, OVERAL TER WERELD
1 Wij vragen dat de Staten die voor mensenrechten opkomen alle politieke, religieuze, economische en culturele machten veroordelen die het leven van vrouwen en meisjes controleren en hun fundamentele rechten niet respecteren; dat zij druk uitoefenen opdat deze regimes de internationale conventies inzake mensenrechten toepassen.
2 Wij vragen dat de Staten de jurisdictie van het internationaal tribunaal voor berechting van oorlogsmisdaden erkennen en dat zij meer bepaald. instemmen met de bepalingen inzake verkrachting en seksuele agressie bij oorlogsmisdaden. Wij vragen dat ze actief deelnemen aan de opsporing en arrestatie van beklaagden die door internationale strafrechtbanken moeten worden veroordeeld.
3 Wij vragen dat de Staten actieplannen, programma's en doeltreffende projecten doorvoeren, met de nodige financiële bronnen en middelen, zodat een einde kan worden gesteld aan het geweld tegen vrouwen. Deze actieplannen moeten o.a. volgende elementen bevatten: preventie, sensibilisering van het publiek, bestraffing van de geweldplegers, daderhulp, onderzoek en statistieken over geweld tegen vrouwen, opvang en bescherming van slachtoffers, strijd tegen pornografie, souteneurschap en seksuele agressie, waaronder kinderverkrachting, betere toegankelijkheid tot de strafprocedures, vorming van rechters en politie en van alle sociale en professionele actoren betrokken bij de strijd tegen het geweld.
4 Wij vragen de oprichting of de versterking, van voorzieningen voor opvang, hulp en huisvesting, van crisis-, informatie- en bijstandscentra voor vrouwen en meisjes die het slachtoffer zijn van geweld.
Alle opvoedingssystemen moeten worden herbekeken: het seksisme en de stereotypes over rolpatronen en seksuele voorkeur moeten eruit, omdat ze schadelijk zijn voor de gelijkheid. Het wederzijdse respect en de waardigheid van eenieder staan op het spel.
VOOR EEN VERBETERING VAN DE MAATREGELEN TOT STRAFVORDERING
Wij eisen dat:
5 de slachtoffers ten minste kunnen beschikken over dezelfde rechten en gerechtelijke procedures als de beschuldigden; ze moeten een beroep kunnen doen op bijstand en informatie tijdens de volledige duur van de procedure;
6 de overheid bescherming voorziet voor de slachtoffers van geweld, en controle mechanismen die waken over de reële toepassing hiervan;
7 het bij alle procedures over geweld absoluut verboden is de antecedenten van het slachtoffer (o.a. psychiatrisch verleden, toxicomanie, prostitutie, wisselende relaties en het seksuele leven in het algemeen) te vermelden;
8 de verenigingen ter verdediging van de vrouwenrechten zich naast de slachtoffers burgerlijke partij kunnen stellen;
9 strafbemiddeling door het strafwetboek van de diverse Europese landen verboden wordt in zaken van geweld ten opzichte van vrouwen en meisjes; het zijn inbreuken op de wet die als dusdanig moeten worden behandeld.
TEGEN VERKRACHTING
wij eisen dat:
10 in de definitie ervan niet alleen het gebruik van geweld zit, maar ook de bedreiging, het misbruik van autoriteit, het misbruik van macht, het misbruik van vertrouwen en het element van verrassing
11 de inschrijving in de wet van echtelijke verkrachting en de effectieve erkenning ervan door de praktische toepassing van de wet;
12 verkrachtingen gepleegd in het kader van therapeutische en hulprelaties als dusdanig erkend worden.
TEGEN HUISELIJK (ECHTELIJK) GEWELD
wij eisen dat:
13 de inschrijving in de wet en de effectieve erkenning door de praktische toepassing ervan. De wetgeving moet o.a. psychologisch en economisch geweld inhouden. Het geweld binnen het gezin is een inbreuk op de wet. De verantwoordelijkheid van de dader moet erkend worden. Het gebruik van bemiddelingsprocedures om deze verantwoordelijkheid te minimaliseren of zelfs te annuleren, moet worden verboden.
14 migrantenvrouwen over de nodige autonomie beschikken om een gewelddadige echtgenoot te kunnen verlaten, zonder daarbij hun rechten, o.a. op het vlak van nationaliteit en verblijf, te verliezen.
TEGEN MISHANDELING EN SEKSUEEL GEWELD TEN OPZICHTE VAN KINDEREN
wij eisen dat:
15 de inschrijving in de wet en de effectieve erkenning door de praktische toepassing van de wet op de mishandeling van en het seksueel geweld ten opzichte van het kind;
16 dat vervolging en eisen voor schadevergoeding mogelijk worden. De verjaringstermijn moet beginnen lopen vanaf de volwassen leeftijd van het slachtoffer en niet vanaf de datum van de feiten;
17 indien nodig een advocaat en een ad hoc voogd voor het kind aangesteld worden
TEGEN ONGEWENSTE INTIMITEITEN
wij eisen dat:
18 ze in de wet opgenomen worden en effectief erkend worden door de praktische toepassing van de wet;
19 de notie van ongewenste seksuele intimiteiten op het werk verruimd wordt, met de invoering van de mogelijkheid om o.a. een collega, een klant, een patiënt te beschuldigen;
20 de notie van een vrouwonvriendelijk werkmilieu (= seksistisch en macho) juridisch erkend en strafbaar wordt,
21 de werkgevers verplicht worden preventie en beschermingsmaatregelen in te voeren, evenals de controle op de toepassing door de overheid;
22 ongewenste seksuele intimiteiten en seksistische beledigingen ook buiten het werk strafbaar zijn.
TEGEN SEKSUELE VERMINKING
wij eisen dat:
23 dat deze schending van de rechten van het individu ook in de wet ingeschreven wordt en effectief bestraft wordt door de praktische toepassing van de wet;
24 dat de Staten preventie, sensibiliserings en informatiecampagnes voeren over seksuele verminking en de gevolgen ervan en daarbij de nodige financiële middelen ter beschikking stellen.
TEGEN HUWELIJKEN ONDER DWANG
wij eisen dat:
25 dat jonge meisjes die in of buiten Europa tot een huwelijk gedwongen worden, juridische, materiële en morele hulp genieten, waardoor ze aan dit gevaar kunnen ontsnappen;
26 dat dergelijke huwelijken op vraag van het slachtoffer nietig kunnen worden verklaard.
TEGEN HET GEWELD TEN OPZICHTE VAN LESBIENNES
wij eisen dat:
27 discriminaties en beledigingen jegens lesbiennes bestraft worden en dat verenigingen van lesbiennes zich tegen deze daden burgerlijke partij kunnen stellen;
28 het geweld jegens lesbiennes op grond van hun geaardheid opgenomen wordt als verzwarende omstandigheid in de wet, als die bestaat.
WIJ VEROORDELEN PORNOGRAFIE
Wij beschouwen dit als geweld tegen vrouwen en kinderen, waarbij hun lichaam voor al dan niet commerciële doeleinden misbruikt wordt.
TEGEN SOUTENEURSCHAP EN VROUWEN EN KINDERHANDEL
wij eisen dat:
29 alle landen de Conventie voor de Bestraffing van Mensenhandel en van de Exploitatie van Prostitutie van Anderen van 2 december 1949 bekrachtigen en daadwerkelijk toepassen;
28 de mogelijkheid van vervolging van staatsburgers die zich aan sekstoerisme in een ander land schuldig maken, in de wet wordt opgenomen;
29 het Internationaal Charter voor Toerisme en het Wetboek voor de Toerist, op 26 september 1985 door de Wereldorganisatie voor Toerisme aanvaard, toegepast wordt, waarbij ook de reisorganisatoren van sekstoerisme vervolgd worden;
30 de Conventie voor de Eliminatie van Alle Vormen van Discriminatie tegenover Vrouwen (CEDAW-conventie) en het toegevoegde protocol door alle landen bekrachtigd en ook effectief toegepast wordt, meer bepaald. voor wat het deel prostitutie betreft.
inhoudelijke input: Europese vergaderingen Parijs, Brussel en Genève - redactie: coördinatie voor de Wereldvrouwenmars Frankrijk - vertaling: Lies Vandercoilden

 
home
nederlands netwerk
europees netwerk
mondiaal netwerk
contact
linken